Quasi-argumenten om niet open te zijn

11 maart 2011

Open source is gratis (plus vrij als in vrijheid) en open standaarden bieden leveranciersonafhankelijkheid (dus vrijheid). Een onafhankelijk onderzoek door de Algemene Rekenkamer, aangevraagd door de Tweede Kamer, moet een helder antwoord opleveren. De huidige heisa rond en over een onderzoeksrapport van BZK biedt weinig hoop. Dat onderzoek stond vorig jaar op stapel en dus was een onderzoek door de Algemene Rekenkamer niet nodig, argumenteerde BZK toen. Vervolgens bleek ineens dat dat eigen onderzoek niet was uitgevoerd, en toen toch wel. Daarna is het rapport geheim gehouden als ‘privéstuk’ en toen toch uitgebracht, maar met meteen de disclaimer dat het ‘ondeugdelijk onderzoek’ is. Smoesjes om open IT te mijden zijn er voldoende. Hieronder een kort overzicht.

De grote kostenpost van IT is niet de aanschaf. Dat open source gratis is qua licentie speelt een relatief kleine rol. De kosten zitten in onderhoud en beheer. En in het overstappen. Migratie vanuit een IT-omgeving met closed source-software en eventueel bedrijfseigen, gesloten – of half-open – standaarden naar een meer – of geheel – open IT-infrastructuur kost geld. Minister Donner onderbouwt zijn kwalificatie van het ‘eigen’ onderzoek met de opmerking dat het rapport zich beperkt ‘tot inschattingen van mogelijke baten die ontstaan door het ontbreken van licentiekosten bij open toepassingen, ten opzichte van gesloten toepassingen’. De bekende maar niet zo ter zake doende aftreksom. Maar Donner voert nog een tweede reden aan om het eerst ontkende en toen geheim gehouden onderzoek af te wijzen. Er zijn ‘geen schattingen gemaakt van mogelijke kosten (transitiekosten en dergelijke)’. De overstapkosten dus, die enerzijds voor alle software gelden en die anderzijds voor open source veel hoger kunnen zijn. Dat is afhankelijk van de mate van geslotenheid in de uitgangssituatie, de nu gebruikte IT-omgeving. En die is grotendeels closed ! Hét grote voordeel van open standaarden is dat het gebruikers onafhankelijk maakt van specifieke pakketten en leveranciers. Mits het echt open standaarden zijn, mits andere leveranciers er ook mee aan de slag gaan, en zo nog enkele randvoorwaarden. Interoperabiliteit is voor open standaarden in theorie in orde. Maar in hoeverre zit de gebruiker klem in een gesloten standaard, en dus vast aan bepaalde software en bepaalde leverancier(s)? Dat kan de migratiekosten flink aanjagen. Er zijn dus ook fikse problemen met integratie. Hoe mooi open IT ook is, het zal vast niet zo hecht verweven zijn en zo goed onderling samenwerken als bepaalde producten in de closed source-wereld. Vaak van één en dezelfde leverancier, die integratie hoog in het vaandel heeft staan, vooral vanwege verkoopgemak. Open source is niet gratis, want intellectueel eigendom moet betaald worden. Een veelgehoord argument in de voortslepende discussie over open versus closed source is dat gebruik van open source banen kost, mogelijk zelfs veel banen. Het gevaar bestaat dat veel verkopers van Nederlandse vestigingen van Amerikaanse IT-grootmachten minder nodig zijn als er minder van hun waren gebruikt wordt gemaakt. Tegenover dat banenverlies staat dan wel een banenwinst: van techneuten, developers, andere soorten beheerders, supportmedewerkers, enzovoorts. De ‘banenverliezers’ zijn niet dezelfden als de ‘banenwinnaars’. Een verkoper is geen techneut, maar een goede pre-sales consultant of after-sales support expert is dat wel. Alleen waarschijnlijk op een ander gebied. Kwestie van omscholen, wat alweer werkgelegenheid betekent: in de onderwijs- en cursuswereld. En wat is er meer wenselijk voor de kenniseconomie die Nederland wil worden (of uitbouwen): technologie-verkopers of technologie-scheppers?

Share This:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *