Open Access verplicht bij Erasmus Universiteit

27 januari 2011

Per 1 januari 2011 is Open Access de norm bij de Erasmus Universiteit (EUR): dan moeten alle medewerkers hun publicaties beschikbaar stellen voor de ‘repository’, een digitale bewaarplaats. In september werd het initiatief van de EUR bekend en sinds kort is het zo ver: in principe zijn alle publicaties van wetenschappers van de universiteit in de ‘repository’ beschikbaar voor iedereen. ‘Sinds 2006 moeten promovendi hun proefschrift indienen bij onze repository RePub”, vertelt rector magnificus Henk Schmidt. ‘We hebben toen afgesproken dat dit mettertijd ook zou gelden voor andere publicaties van medewerkers. Maar een datum was eigenlijk nooit genoemd. Nu dus wel: sinds kort is iedereen verplicht om de auteursversie van zijn boek of artikel aan te leveren’. Schmidt is een groot voorstander van Open Access: vrije beschikbaarheid van wetenschappelijke informatie. ‘Een paar jaar geleden was ik op de Universiteit van Kano in Noord-Nigeria. Daar is vrijwel geen geld voor tijdschriften, boeken of databanken. Veel van de medewerkers zijn opgeleid in Oxford, maar wanneer ze terugkeren, verliezen ze meteen de aansluiting met het wetenschappelijk debat. En dat terwijl ze een enorme expertise hebben op gebieden als AIDS en malaria’.

‘Zo zie je’, concludeert Schmidt, ‘dat de groei van de wetenschap wordt gehinderd als kennis onvoldoende toegankelijk is. Omgekeerd: op het moment dat je echt alles digitaliseert is the sky the limit. Dan zijn er heel veel mogelijkheden om artikelen te verrijken. Je zou je bijvoorbeeld kunnen voorstellen dat de wetenschapper de ruwe data bijvoegt, en een filmpje waarin je kunt zien hoe hij te werk is gegaan om die data te produceren. Dan worden het verrijkte publicaties’. Wat publiceren op internet volgens Schmidt ook versterken kan, is de mogelijkheid om meteen de discussie aan te gaan met collega’s. Dus niet alleen de peer reviewers worden erbij betrokken. ‘Dat vind ik heel belangrijk. Zo zijn er heel veel mogelijkheden om de wetenschap te doen groeien en bloeien’. Er kunnen wat problemen ontstaan volgens Schmidt: ‘Als er bijvoorbeeld twee versies van een artikel beschikbaar zijn, een preprint en een tijdschriftversie, dan kun je verwijzingsproblemen krijgen, zeker als die artikelen toch licht van elkaar verschillen. In Rotterdam koppelen we in ieder geval de auteursversie en de uitgeversversie in RePub’. En Schmidt oppert de mogelijkheid dat redacties wellicht minder kritisch worden in hun selectiebeleid, wanneer ze niet meer gebonden zijn aan de vaste omvang van een papieren tijdschrift. Het meest prangende onderwerp met Open Access is de relatie met de uitgevers. Dat merkte Paul Soetaert, bibliothecaris van de Erasmus Universiteit, ook tijdens de bijeenkomst voor de aftrap van de nieuwe regeling: ‘Daar kwamen de meeste vragen over. Maar er was geen sprake van angst. We hebben verteld wat de feitelijke situatie is: dat tachtig procent van de uitgevers accepteert dat je na een bepaalde termijn – vaak zes maanden – je publicatie in een repository uploadt’. ‘Dan heeft iedereen een reden om zijn tijdschriftabonnement te behouden’, vult Schmidt aan, ‘en wordt de informatie tegelijkertijd toch breder beschikbaar gesteld’. Desondanks schrikt het Rotterdamse initiatief veel uitgevers af. Schmidt: ‘Wetenschappelijke literatuur is een enorme winstmaker. De Nederlandse universiteiten betalen jaarlijks tientallen miljoenen voor elektronische toegang tot de belangrijkste tijdschriften. Maar de uitgevers zullen uiteindelijk toch een nieuw business model moeten ontwikkelen. Op termijn is dat onvermijdelijk, zowel voor de wetenschap als voor de maatschappij als geheel’. De Erasmus Universiteit wil niet blijven wachten. Gezien de mogelijke complicaties neemt de bibliotheek alle onderhandelingen met uitgevers voor haar rekening: de auteurs hoeven alleen hun bestanden in te leveren.

Share This:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *