Nieuwe werken levert maatschappij geld op

Het nieuwe werken kan jaarlijks miljarden opleveren. Volgens PwC komt het vooral doordat reistijd flink wordt gereduceerd. Hoeveel miljarden er bespaard worden, hangt vooral af van hoeveel dagen mensen thuiswerken. Als in 2015 20 procent van de werkende bevolking een dag in de week thuis werkt, dan scheelt dat jaarlijks ongeveer 180.000 auto’s, en dat is twee miljard euro. Blijft men nog een dag extra in de week thuis, dan wordt dit al drie miljard euro. PwC heeft in de berekening van de bespaarde kosten de afname van files, luchtverontreiniging en verkeersslachtoffers meegenomen.

Voor bedrijven betekent het thuiswerken dat de productiviteit en efficiency van de medewerkers stijgen. Daar bestaat echter nogal wat twijfel over bij veel managers. Er is ook minder kantoorruimte nodig, waardoor ook daar kosten worden bespaard. Daartegenover is het wel noodzakelijk om er op toe te zien dat de thuiswerkplekken aan de eisen van de ARBO voldoen. Thuiswerken vereist ook een volledige digitalisering van de bedrijfsprocessen en een versnelde digitaliseringsslag voor het nog bestaande analoge informatiemateriaal in een organisatie.

Uit een peiling onder vijfduizend werknemers in bedrijven die met het nieuwe werken zijn begonnen, blijkt dat iets minder dan de helft hierover positief is. Dat is een veel minder positieve reactie dan verwacht had mogen worden. Blijkbaar bestaan er toch nog erg veel onduidelijkheden en nadelen. Mensen vragen zich af of het voor hun functie wel mogelijk is om geheel thuis te werken en zij willen hier duidelijke afspraken over maken met hun werkgever. Het thuiswerken mag de efficiency doen toenemen, tegelijkertijd komen er ook risico’s bij kijken zoals overwerk. Ook kunnen mensen de omgang met collega’s gaan missen.

‘Het nieuwe werken’ maakt een stroom aan ideeën los over hoe medewerkers binnen dit concept moeten worden aangestuurd. Het leiderschap moet op de schop, het bedrijfsmodel en vooral de medewerker zelf. Zelfs op de top van Mount Everest kan de medewerker tegenwoordig ‘online’ zijn, al zullen de intellectuele resultaten daar ter plekke vies tegenvallen. Deze vrijheid biedt de mogelijkheid om elders dan op ‘kantoor’ te werken. Dat is allerminst nieuw. Reeds vanaf 1980 konden werknemers intellecuteel werk mee naar huis nemen om het daar in alle rust op te lossen. Nu is het gewoon dat bij de medewerker thuis een kantoorwerkplek aanwezig is met vrijwel alle communicatiemiddelen en -voorzieningen van een bedrijf.

Dit betekent dat de verschillen tussen kantoorwerkplek en thuiswerkplek wegvallen, waarmee diverse voordelen van thuiswerken ook verdwijnen, zoals ongestoorde concentratie. De medewerker wordt op resultaat aangestuurd.

Al decennia zijn organisaties bezig de ‘focus’ bij de besturing op resultaten te leggen; dat is allerminst nieuw en zeker geen gevolg van ‘het nieuwe werken’. De grootste uitdaging is voor de medewerkers, omdat die een aantal eigenschappen moeten verenigen: zelfstandig, initiatiefrijk, communicatief, gedisciplineerd en IT-vaardig. De lijnmanager verandert in een field-manager met de bekende problemen om zijn team(s) persoonlijk te ontmoeten, liefst wat vaker dan elke zes weken en om ze te binden met meer dan een halfjaarfeest. De leiding gaat méér – online – coördineren. Dat kantoren ‘ontmoetingsplaatsen’ worden, verandert daar weinig aan. Maar medewerkers zonder binding wisselen wél sneller van werkgever. De bewaking van de verhoudingen wordt daarom nóg belangrijker. De management hiërarchie moet nóg platter. Alleen dan kan de besluitvorming de vereiste snelheid bijbenen.

Om de kosten echt te beperken zullen organisaties zichzelf dus volledig op de schop moeten nemen. Dat is een kostbare en pijnlijke operatie. De revenuen echter kunnen hoog zijn.

Share This:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *