Overheid verspilt belastinggeld in IT-projecten

René Veldwijk van IT-dienstverlener Ockham uit Vianen heeft het nieuws uitgebreid gehaald. Volgens hem verspeelt de Nederlandse overheid jaarlijks vijf miljard euro door het mislukken van IT-projecten. Een harde onderbouwing van dit bedrag heeft hij niet, ‘maar dit is de consensus en het wordt niet ontkend’. Reden dat er niks aan de verspilling wordt gedaan, is dat niemand er pijn van zou hebben.

‘Behalve de belastingbetaler dan’, concludeert KRO-verslaggever Sven Kockelman in het radioprogramma Goedemorgen Nederland, als hij Veldwijk interviewt. ‘Dat klopt’, bevestigt de ondernemer. ‘Als grote IT-projecten mislukken, heeft niemand eigenlijk pijn. Als het falen geen publiciteit oplevert, merkt niemand het. In zo’n project wint iedereen: de beleidsmakers, maar zeker ook de grote IT-bedrijven. Projecten lopen vaak een factor twintig uit de hand en opdrachtgevers betalen gewoon de factuur. De kern van het probleem is dat de opdrachtgever dit kan maken, zonder dat het schaadt. Soms is het zelfs bewust beleid vanuit de overheid’.

De beschuldigingen van Veldwijk zijn hard, maar hij claimt recht van spreken te hebben met 25 jaar IT-ervaring. Hij haalt een extreem voorbeeld aan waarbij zijn eigen bedrijf Ockham, gespecialiseerd in databankdiensten, betrokken was. Veldwijk: ‘De overheid had een noodsituatie omdat zes miljoen mensen geen toeslagen konden ontvangen. Er was al 270 miljoen euro geïnvesteerd, maar toen het moest gaan draaien, was er helemaal geen systeem. Helemaal niemand heeft het hierover gehad. Wij hebben toen voor een paar ton in drie maanden tijd de boel opgelapt en uiteindelijk voor één miljoen euro het systeem gerealiseerd’. Dat viel blijkbaar niet in goede aarde, want ‘ze wilden ons er weer zo snel mogelijk uit hebben en doorgaan op de gebruikelijke voet’.

Dat Veldwijk het de ene keer over het UWV heeft en de andere keer over de Belastingdienst: daar zullen we het verder niet over hebben. Het bedrag van vijf miljard dat hij noemt is wel extreem aan de hoge kant als het om de directe kosten gaat. De rijksoverheid zelf geeft jaarlijks ongeveer twee miljard uit; de andere overheden samen ook nog eens een miljard. Met drie miljard aan jaarlijkse investeringen is de koek redelijk op. Die drie miljard is een gigantisch bedrag en daar moet goed mee worden omgegaan. In die bedragen is een budgetoverschrijding van 10 % al meegenomen. De Standish Groep geeft aan dat van alle IT-projecten 44 % geheel of gedeeltelijk mislukt. De rest slaagt en verbetert dus de betreffende situatie. Van die drie miljard wordt dus ongeveer de helft gebruikt voor mislukkende projecten. Van de vijf miljard die Veldwijk noemt, blijft dus ‘maar’ een tot anderhalf miljard over als ‘verspilling’.

Mislukte IT-projecten kosten de maatschappij wereldwijd 6200 miljard (6,2 biljoen) dollar, als ook de indirecte kosten van mislukkingen meegerekend worden. Dat is ongeveer gelijk aan bijna 9 procent van het bruto binnenlands product van alle landen opgeteld. Die schatting maakt Roger Sessions in 2009. Sessions is een expert in complexiteitsvraagstukken. Sessions moest de nodige aannames maken. Hij gaat er, op gezag van cijfers van de World Technology and Services Alliance, van uit dat landen gemiddeld 2,75 procent van het bruto binnenlands product besteden aan hardware, software en diensten. Om tot een schatting van het aantal mislukte projecten te komen gebruikt Sessions de Amerikaanse begroting. Daarin wordt geschat dat 66 procent van de investeringen in IT in projecten met verhoogd risico zit.

Sessions neemt vervolgens aan dat 65 procent van die projecten ook daadwerkelijk mislukt. Dat is wellicht een wat te negatief beeld als we de onderzoeken van de Standish Groep als uitgangspunt zouden nemen. Maar met de aannames van Sessions wordt wereldwijd jaarlijks 825 miljard dollar, oftewel 1,2 procent van de opgetelde bruto binnenlandse producten, gestoken in IT- systemen, die niets opleveren. Met de cijfers van de Standish Groep wordt dit bedrag wat lager, zeg (gezien de elk jaar afwijkende percentages mislukte projecten) 700 miljard dollar. We spreken dan nog steeds over een gigantisch bedrag aan ‘over de balk gesmeten’ belastinggeld.

De verspilling alleen geeft volgens Sessions niet de volledige schade van mislukte IT-projecten weer. Er is ook indirecte schade, zoals: het mislopen van begrote omzetten; de kosten van vervanging van het mislukte systeem; de tijd die binnen de organisatie verloren gaat door de problemen; en verlies aan marktaandeel. Die indirecte schade is een veelvoud van de projectkosten: hij schat dat de indirecte kosten de totale schade met een factor 7,5 opdrijven. Sessions maakt de berekening in een pleidooi om de opzet van IT-systemen te versimpelen.

Deze cijfers zijn uiteraard niet absoluut; daarvoor moeten er te veel aannames worden gedaan. De cijfers kunnen het beste gezien worden als een poging om de omvang van het probleem van mislukkingen bij IT- projecten inzichtelijk te maken. Zelfs al zouden de werkelijke kosten 50 % lager zijn, dan nog spreken we over 3100 miljard dollar ! Vijf miljard is dan een alleszins mogelijk bedrag voor de schade, die IT mislukkingen in Nederland veroorzaken. Veldwijk bedoelde het alleen niet in deze zin.

Het ergste is dat het probleem toeneemt (of, in ieder geval, niet minder wordt), omdat bedrijven en (vooral) overheidsinstellingen  niet leren van hun fouten en maar beperkt geld besteden aan projectkwaliteit. Dat durf ik (met eveneens 25 jaar ervaring in deze business) wel te beweren.

Er wordt veel geld verpild. Niemand maakt zich daar ook echt zorgen om. Als er een feit is uit Veldwijk’s verhaal, dan is het dat wel. En naast het feit dat het gaat om belastinggeld en dat daarvan elke budgetoverschrijding al te veel is, is juist die cultuur dat het voor de betrokkenen blijkbaar geen probleem is, het meest zorgwekkende uit het hele verhaal….

Share This:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *