Patentoorlog

23 maart 2011

De IT-industrie, aangevoerd door Microsoft, staat lijnrecht tegenover wetenschappers, militairen en zelfs de Amerikaanse overheid in een groot juridisch gevecht over dubieuze patenten. Het juridisch gevecht tussen het bedrijf i4i en Microsoft draait uit op een duel der giganten, met in elke hoek van de ring een enorme batterij aan medestanders. Microsoft heeft vrijwel de complete IT-industrie naast zich gekregen. Onder de 60 medestanders zijn illustere namen als Google, Apple, Cisco, Intel en ‘zelfs’ open source-leverancier Red Hat. Daarnaast doen de Electronic Frontier Foundation en 37 rechten- en economieprofessors mee. Maar het kamp van i4i kan meer koppen tellen in de achterban. Ruim 100 bedrijven, organisaties en wetenschappers staan aan de zijde van het Canadese bedrijf. Onder die medestander bevindt zich sinds ook kort de Amerikaanse overheid. Verder zijn er militairen en kapitaalinvesteerders achter i4i gaan staan. De mogelijke impact van de rechtszaak voor het Amerikaanse Hooggerechtshof is dan ook enorm. Het gaat om hoe patenten nu moeten worden geïnterpreteerd, door zowel de US Patent and Trademark Office (USPTO) als de industrie. Het gaat hier voornamelijk om de term ‘bad patents’. Dat zijn patenten die wel als zodanig zijn erkend door de USPTO, maar die zodanig breed zijn geformuleerd dat ze feitelijk innovaties in de weg staan, zegt het kamp van Microsoft.

Microsoft verloor eerder een rechtszaak tegen i4i vanwege inbreuk op een patent. De maker van het marktdominante applicatiepakket Office werd veroordeeld tot betalen van 290 miljoen dollar schadevergoeding. Tussentijds dreigde nog een verkoopverbod op Office. Zowel in eerste instantie voor de rechter als in hoger beroep verloor Microsoft de zaak. Inzet was schending van i4i-patenten door XML-technieken in tekstverwerkingsprogramma Word. Microsoft heeft het nu nog verder hogerop gezocht. De zaak begint op 18 april; een oordeel wordt verwacht ergens in juni. Zowel mede- als tegenstanders hebben nu al hun zienswijze bij het Supreme Court ingediend met het verzoek aan de rechters om die overwegingen te betrekken in hun weging van de zaak. Daarbij gaat het allang niet meer om de al dan niet patentenschending van Microsoft in Word, maar om de rechtsgeldigheid van breed geformuleerde patenten in het algemeen. Microsoft stelt dat dergelijke ‘bad patents’ geen technologie meer beschrijven, maar handelingen die worden uitgevoerd door applicaties. Volgens de Windows-maker en consorten houden dergelijke patenten innovatie tegen en is een hervorming van het patentsysteem nodig. Tot op heden keurt de USPTO te veel patenten goed die eigenlijk helemaal niet aan het oorspronkelijke doel van het patentensysteem voldoen, luidt de argumentatie. Met eerder toegekende patenten kan een heel scala aan mogelijke uitvoeringshandelingen binnen software worden afgedekt. Daardoor is het voor indieners van nieuwe patenten haast ondoenlijk om erachter te komen of in het verleden al een patent is ingediend dat bepaalde handelingen afdekt. Om een bestaand patent echter ongeldig te laten verklaren, omdat het niet voldoet aan de juiste voorwaarden, moet er ‘helder en overtuigend’ bewijs worden geleverd. Maar volgens Microsoft brengt die omschrijving met zich mee dat er een enorme bewijslast komt te liggen bij degenen die protesteren tegen de validiteit van een patent. Het Microsoft-kamp pleit voor ‘superioriteit van bewijs’. Daarmee wordt in rechtszaken de jury gevraagd zwaarder wegend bewijs uit eerdere patenten te overwegen. Dat bewijs is dan niet eerder meegewogen bij het toekennen van een patent, maar heeft wel een rol voor de validering ervan bij juridische conflicten. Daarbij gaat het vaak om technologieën die eerder zijn uitgevonden en gebruikt, zogeheten ‘prior art’. Daar kunnen dan al patenten op zijn verleend, maar dat hoeft niet. Indien gepatenteerd wordt daarin over het algemeen de technologie beschreven, maar niet in algemene termen een proces. Indieners van latere patenten die wél dat proces beschrijven, kunnen vervolgens overtreders van die latere patenten aanklagen. Ook als dat partijen zijn die een eerder patent, op de techniek hebben. Microsoft wil dat het eerdere patent in zo’n geval zwaarder weegt. Volgens Microsoft geeft de huidige praktijk vooral de patenttrollen veel munitie om innovatieve bedrijven te bestoken met juridische procedures. Er moet een betere balans komen die recht doet aan zowel patenthouders als innoverende bedrijven, zegt Microsoft-jurist David Howard. Maar volgens i4i is het verlichten van de bewijslast juist een poging om valide patenten ongeldig te laten verklaren. Met de Amerikaanse overheid achter zich, staat het Canadese bedrijf nu een stuk sterker. De overheid laat zich niet zozeer uit over de beweegredenen van i4i of Microsoft; het vindt simpelweg dat een oordeel over patenten moet worden overgelaten aan de experts bij USPTO en niet aan een jury bij een rechtbank. De vrees bestaat namelijk dat innovatie dan juist wordt gefrustreerd. Dit doordat aan de ene kant de bewijslast wordt verlicht en aan de andere kant het oordeel wordt overgelaten aan een jury in plaats van de experts van de USPTO. Patenten zouden daardoor minder waarde krijgen en steeds in twijfel getrokken worden. Dat zou weer bedrijven kunnen weerhouden van innovatie en hun er eventueel toe aanzetten om uitvindingen niet meer publiekelijk bekend te maken, zegt de Amerikaanse overheid.

Share This:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *