Wie controleert het Internet ?

5 augustus 2006

Nog geen tien jaar geleden verklaarde de Internet theoreticus John Perry Barlow in de beroemde (of beruchte, het hangt er maar vanaf hoe je het bekijkt) ‘Declaration of Independence of Cyberspace‘: ‘Governments of the Industrial World, you weary giants of flesh and steel, you are not welcome among us. ….You have no sovereignty where we gather’. Hoe snel kan de wereld veranderen. In 2000 al bepaalde een Frans gerechtshof dat Yahoo, een Amerikaans bedrijf toch, de Franse wet diende te volgen en er voor moest zorgen dat Nazi-objecten niet online in Frankrijk konden worden verkocht via haar veiligsites. Yahoo verklaarde eerst dat er sprake was van censuur, vervolgens dat het onmogelijk was om Franse websurfers te herkennen; uiteindelijk boog het bedrijf en gebruikt het geografische-filters om er zich van de verzekeren dat de getoonde sites voldoen aan de Franse wettelijke standaarden. Tegelijkertijd gebruikt het dezelfde software om Franse gebruikers Franstalige advertenties te tonen. Een geluk bij een ongeluk….

Geert-Jan van Bussel

Regeringsmacht

China heeft zich eveneens verrassend actief getoond. Chinese functionarissen gebruiken Cisco hardware om elke website met ‘staatsvijandige’ inhoud buiten de grenzen te houden en Microsoft-producten om woorden als ‘democratie’ en ‘verkiezingen’ uit blogs te filteren. In het najaar van 2005 eisten de Chinezen dat Yahoo de identiteit van een journalist bekend maakte die informatie over een bijeenkomst van de Communistische Partij aan een Amerikaanse website had doorgegeven. Yahoo ging door de knieën, de de betreffende journalist is veroordeeld tot een tienjarige gevangenisstraf. Ook andere search-giganten gaan in op de wensen van de Chinezen.

Met andere woorden: een grenzenloos utopia en het ten ondergaan van dictators dankzij de tegen hen gerichte blogs, forget it. ‘The story of the next 10 years will be one of rising government power’, zo zegt Tim Wu, een marketing specialist die nu recht doceert aan Columbia University. ‘While some countries are committed to a fundamentally ‘closed’ Internet, others want it open. Since technology permits both approaches, I wouldn’t be surprised if we saw an Internet version of the Cold War’.

‘Cyberrealism’

Wu is co-auteur van het boek ‘Who controls the Internet?‘, samen met Harvard hoogleraar Jack L. Goldsmith. Het boek is een voorbeeld van ‘cyberrealism’. Het houdt zich bezig met met de harde, realistische wereld van staten en staatsbelangen en projecteert die op een analyse van wat er zich allemaal afspeelt met het Web vandaag de dag. Daarnaast probeert het de hype van het Internet te ‘de-hypen’ door te stellen dat de meeste zaken inzake Internet, veelal gedacht als zonder precedent te zijn, afgehandeld kunnen worden door gebruik te maken van bestaande concepten binnen het internationale recht. ‘The Internet’, zo schrijven Goldsmith en Wu, ‘was supposed to be the test case for self-governing systems that could flourish without respect to geography and territorially based coercion. It was supposed to allow like-minded people to join communities and govern themselves without respect to geography, without regard to the top-down coercive structures of territorial governmental systems, and without the usual pathologies and corruptions that characterize territorial rule. This was Barlow’s vision, and it is a vision that retains a powerful hold on globalization and Internet theorists today’. Maar het is een visie die tegengesproken wordt door de feiten van alledag. ‘What we have seen, time and time again, is that physical coercion by government – the hallmark of a traditional legal system – remains far more important than anyone expected. This may sound crude and ugly and even depressing. Yet at a fundamental level, it’s the most important thing missing from most predictions of where globalization will lead, and the most significant gap in predictions about the future shape of the Internet’.

Belangen

Goldsmith, een expert in internationaal recht die zich in 2004 aan Harvard University heeft verbonden, is bekend om zijn altijd tegen de gangbare mening ingaande ideeën. Hij heeft in zijn vakgebied al opschudding verwekt door te stellen dat verdragen tussen staten nooit tot iets leiden wat al niet in het belang van de staten is. In zijn samen met Eric Posner (University of Chicago) geschreven boek ‘The limits of international law‘ (2005) was een van de stellingen dat er verschillende redenen waren waarom een staat kon beslissen om martelingen te beëindigen: om dissidenten een wapen uit handen te slaan of toegang te krijgen tot de Amerikaanse markt. Wat voor reden dan ook, maar mensenrechtenverdragen en internationaal recht hoorden daar zeker niet bij. Een stelling die tot opschudding en woede leidde.

eBay’s mythe

Het nieuwe boek (‘Who controls the internet?’) heeft het in zich om hetzelfde te doen. Het bevat zeer onderhoudende beschrijvingen van sleutelperioden in de ontwikkeling van het Internet, maar bevat ook talrijke juridische stellingen en argumenten die tegen het ‘mainstream’ denken over Internet en het Web ingaan. Zoals te verwachten was als Goldsmith een van de auteurs is. De kracht van zijn betogen is meestal dat de onderliggende argumentatie dermate degelijk is dat het moeilijk is hem als ‘fantast’ terzijde te schuiven. Dit verklaart ook de opschudding en woede van collega’s, want het is ook voor hen vaak moeilijk een speld tussen de argumentatie van deze expert te krijgen. En dat is erg frustrerend, en uitdagend. Goldsmith heeft als geen ander het denken en de discussie over als gewoon geaccepteerde verschijnselen beïnvloed.

Neem als voorbeeld de wijze waarop eBay haar klanten beschermt van fraude. Is het het hooggeprezen ‘feedback’-systeem dat kopers en verkopers elkaars betrouwbaarheid laat beoordelen ? De functionaliteit die door columnist en goeroe Thomas Friedman geroemd is als het verschijnsel dat eBay tot ‘ a self-governed nation-state’ maakt. ‘The company’s CEO, Meg Whitman, has promoted this idealized view, with statements like this one: ‘People will say that ‘eBay restored my faith in humanity’ – contrary to the world where people are cheating and don’t give people the benefit of the doubt’. Of is het simpelweg dat op eBay gewinkeld kan worden zoals in elke winkelstraat: wetten, regels en agenten ?Goldsmith en Wu ‘find a far different story – a story of heavy reliance on the iron fist of coercive governmental power’. Zij stellen dat eBays ‘level of integration with and dependence on law enforcement is remarkable. The company employs hundreds of internal security experts, who mine data for suspicious patterns of activity and alert US officials when they detect scams. Indeed, eBay has found it can’t operate in countries – like Russia-without strong legal systems. Perpetually threatened by cheaters and fraudsters, eBay established an elaborate hand-in-glove relationship with the police and other governmental officials who can arrest, prosecute, incapacitate, and effectively deter these threats to its business model … Without this powerful hidden-hand help of governments in the places where it does business, eBay’s thriving ‘self-governing’ community could not survive’.

Onjuist ‘technological determinism’

De groeiende betekenis van nationale grenzen in de online wereld veroorzaakt online winkels en uitgevers hoofdpijn, maar Wu en Goldsmith halen in principe hun schouders op over die problemen, in tegenstelling tot vele anderen. Ze vinden het volstrekt normaal dat nationale staten hun burgers steunen in het aanklagen van buitenlandse websites. Ze stellen dat een land (zoals bijvoorbeeld Engeland) het recht heeft om datgene dat via buitenlandse websites wordt aangeboden en dat in strijd is met haar regelgeving te verbieden net zoals de Verenigde Staten het recht hebben slechte auto’s uit China te verbieden de grens te passeren.

Het overdreven Internet-enthousiasme dat het Web ziet als onafhankelijk van regeringen en staten is onjuist; de aanhangers ‘are in the grip of a strange technological determinism that views the Internet as an unstoppable juggernaut that will overrun the old and outdated determinants of human organization. This leads them to say things like, ‘When you give people a new way to connect with other people, they will punch through any technical barrier, they will learn new languages – people are wired to want to connect to other people and they find it objectionable not to be able to do so’. That’s Marc Andreesen, Netscape’s founder. But as we have seen time and again in this book, it just isn’t so. People will not always, or even usually, transcend technical barriers in order to connect to other people. Just as often, if not more so, they will conform to the technical barriers, and the technical barriers themselves will reflect local government preference’.

Het verleden is sterker

Wu en Goldsmith beweren dat een gevarieerd netwerk van nationale wetten een betere afspiegeling vormt van de verlangens van mensen dan een Internetbrede standaard ooit zou kunnen vormen. Het is relatief simpel voor bedrijven door het inzetten van filter-software om informatie die in specifieke landen niet gewenst is in dat land ook niet te verspreiden. Daarbij: mensen houden van het begrensde, geografisch gewortelde Internet! ‘What good is that delightful 1-800 FLOWERS ad if you live in Kenya ?’

Andere claims van het tweetal worden verwoed bestreden. Zo is hun claim dat China zo goed is in het controleren van Internet dat de potentiële bevrijdende mogelijkheden ervan in evenwicht worden gehouden. ‘There’s no doubt the [Chinese] government is tightening controls on the Internet’, zo zegt Robert Wright, schrijver van ‘Nonzero: The Logic of Human Destiny‘, ‘and there’s a reason for that: The old controls aren’t working’. De auteurs zijn echter helder over China en het Internet. In een online interviewsessie stelt Goldsmith: ‘China is showing that an authoritarian nation can, if it wants, reap the economic benefits of the internet without incurring the ‘costs’ of political openness. China is heavily subsidising the growth of the internet in China as part of its economic growth strategy. But it has also been enormously successful in controlling political speech on the network. It has controlled political speech in many ways: 1) it has enormous filters at the borders of the country that screen out unwanted content; 2) it has a powerful monitoring and filtering system within the country that screens harmful content from emails, chat rooms, blogs, and the like; 3) it enforces violations of political speech restrictions with harsh penalties of imprisonment that are widely publicised, and that effectively chill most people from even trying to engage in prohibited political speech; and 4) it is changing the network protocols within China to make all of the above much easier’. Het is dus nog maar de vraag of Wrights opmerking dat de oude controles niet werken, waar is.

‘It’s too soon’, zegt Wu, ‘to know whether China will master thought control on the Internet. It just might’. Maar het belangrijkste punt dat de auteurs willen maken staat: Nationale wetten, nationale grenzen en niet-virtuele organisaties betekenen veel meer online dan de meeste mensen denken. De impact van elke nieuwe technologie, zelfs van een die zo krachtig als het Internet, wordt door bestaande geopolitieke, economische, sociale en culturele structuren en normen gefilterd. Technologie kan deze structuren en normen veranderen, maar de structuren en normen zullen ook de technologie veranderen – totdat er een nieuw evenwicht ontstaat. Technologie is machtig, maar het verleden is vaak veel sterker.

Dominantie

Het boek leidt echter aan de problemen die ieder modern internet-gerelateerd onderzoek treffen. Allereerst: het onderwerp van onderzoek is tevens de bron die de meeste van de onderzoeksgegevens levert. Vervolgens: veel van het bronnenmateriaal is onvermijdelijk van wisselende betrouwbaarheid en vaak niet te verifiëren. Met betrekking tot het thema van het onderzoek: het is sterk de vraag of individuele regeringen het Internet kunnen domineren. Net zoals het de vraag is of internationale organisaties of bedrijven de troefkaarten in handen hebben. Er is een alternatieve theorie mogelijk, zelfs op basis van de gegevens die in het boek van Wu en Goldsmith worden geleverd. Er bestaat een creatieve spanning tussen regeringen, bedrijven en gebruikers, die er voor zorgt dat geen van deze groepen dominant wordt. Het zij wel gezegd: gezien hun regulerende bevoegdheden hebben regeringen een fikse troefkaart in handen. Maar als de gebruikers uitwijken naar ‘duistere’ Internetplaatsen als het FreeNet, dan is de regulerende bevoegdheid van zowel overheden als bedrijven weinig waard. En dat is een les die beiden nog moeten leren….

Share This:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *