Het Panopticum van Bentham, ofwel: wordt het archief tot het alziende oog ? ?

Het Panopticum van Bentham, ofwel: wordt het archief tot het alziende oog ?

De Engelse filosoof en politieke radicaal Jeremy Bentham (1746-1832) is een van de grondleggers van het Utilitarianisme. Dit is de overtuiging dat het geluk van iedereen belangrijker is dan het geluk van een individu. Alle keuzes van handelingen moeten dan ook worden gemaakt in het licht van het ‘ gemiddelde’ geluk van iedereen. Het consequent en continue toepassen van deze principes geeft uiteindelijk een rechtvaardiging voor sociale, politieke en andere maatschappelijke instellingen. Invloed tijdens zijn leven had hij nauwelijks, maar John Stuart Mill en John Austin zijn sterk door hem beïnvloed. Bentham is nog steeds onder ons: gemummificeerd woont hij de vergaderingen van het college van bestuur van London University bij. Het gevolg van een wat letterlijke interpretatie van een schenking, waarin hij zijn vermogen aan de universiteit naliet op voorwaarde dat hij alle vergaderingen mocht bijwonen.

Bentham heeft nooit iets geschreven over archief of archieven. Hij heeft wel erg veel geschreven over het probleem van controle over de ‘massa’, over de beheersing van de groep door de elite, van de burgers door de overheid. Archieven kunnen daar een belangrijke rol bij spelen, zoals de archieven van de Stasi in de voormalige DDR bewijzen. Het motto van Bentham is optimale zichtbaarheid (of transparantie, zoals we dat vandaag de dag noemen). Optimale zichtbaarheid uit zich in drie principes: zichtbaarheid van het afzonderlijke individu, herkenbaarheid van elk individu en overzichtelijkheid van de groep. Bentham sprak over ‘een nieuwe wijze om macht te krijgen van geest over geest, in een tot heden ongekende omvang’. Daarvoor ontwierp hij het ‘alziende oog’, het panopticum, een model voor een ideale gevangenis, school, ziekenhuis, fabriek of voor elke plek waar een elite een groot aantal mensen onder toezicht wil of moet houden.

Het meest bekend is het beeld van het Panopticum als een cirkelvormige gevangenis. De cellen zijn geplaatst in de buitenste ring. De wachttoren van de cipier stond in het midden, en vanuit dit punt kon iedere gevangene in de gaten gehouden worden, zonder dat zij dat zelf in de gaten hadden. Optimale zichtbaarheid. De bewakers wisten alles van de gevangenen; omgekeerd wisten de gevangenen niets van de bewakers, ze konden ze zelfs niet eens zien. Bentham schetste een theoretisch model.

Vandaag de dag wordt dat model met het opdringen van de digitaliteit steeds meer realiteit. Het bewaren van de verkeersgegevens van het internet en mailgebruik van de Europese burgers, zonder onderscheid des persoons, kan er mee in verband gebracht worden. Net als overigens de opslag van persoonlijke data op gedecentraliseerde servers in databases waarvan de meeste burgers niet eens weet hebben. Net als de opslag van digitale documenten en data in archieven van overheden en bedrijven, die, niet beperkt door opslagcapaciteit en aangemoedigd door leveranciers van storage-faciliteiten, geneigd zijn zo niet alles, dan toch veel meer dan werkelijk nodig is te bewaren. Net als de opslag van alle emails, zowel zakelijk als privé, want het filteren ervan voordat we de berichten archiveren is te kostbaar, te arbeidsintensief, te veel gevraagd. Net als alle audit trails die iedere handeling die wordt verricht, ongemerkt voor de gebruiker van het computersysteem of een specifieke applicatie, gedetailleerd vastleggen. Al die opgeslagen data vormen een gigantisch geheugen, gelukkig (nog) niet gecentraliseerd, maar met alle koppelingen die vandaag de dag kunnen worden aangelegd, zijn centrale zoekvragen in gedecentraliseerd opgeslagen gegevens niet ondoenlijk en zeker niet onwaarschijnlijk.

Net zoals een siliconen borstprothese kunstmatig is kan hier van een kunstmatig ‘siliconen’ geheugen gesproken worden. Die gigantische data- en documentenopslag lijkt op het Panopticum van Bentham. Wij staan aan de buitenste rand van de gevangenis, gevangenen van de digitale archieven van overheidsinstellingen en bedrijven. En in het midden, daar bivakkeert het overheidsorgaan of het bedrijf dat ‘alles’ van ons weet, of te weten kan komen. Document- en datamining kunnen antwoord geven op vele vragen, die wij als burgers niet eens willen beantwoorden.

En omgekeerd: wij weten maar heel erg weinig van al die instellingen die ‘onze’ data en documenten in hun ‘siliconen’ geheugen hebben geplaatst. Iedereen die belang heeft bij ons doen en laten kan proberen toegang te verkrijgen tot die opgeslagen data. En dat lukt steeds beter, want veiligheid gaat boven alles ! En nog veel erger: als die data niet vernietigd worden zoals eigenlijk zou moeten (en dat gebeurt lang niet altijd….!) dan kunnen we ongewenst, ongewild en ongemerkt altijd worden geconfronteerd met feiten, waarvan we dachten (of zelfs mochten aannemen) dat ze vergeten waren. Nuttig is het artikel van Jean-François Blanchette en Deborah Johnson over het bewaren van data in relatie tot ‘vergeten’ of niet meer bekend zijn, en de sociale voordelen van dat ‘niet meer bekend zijn’. De conclusie van beide auteurs is dat de maatschappij sociaal niet kan voortbestaan als alle feiten ‘zichtbaar’ blijven, als alle feiten herkenbaar zijn. Het verleden gaat dan het heden bepalen. Een ondernemer die ooit failliet is gegaan, wardt daarop voortdurend aangesproken en kan op basis daarvan geen financieringen meer krijgen. Een ooit veroordeelde wordt eerder verdacht van een misdrijf; denk aan de Puttense Moordzaak of aan Nienke, en de gevolgen daarvan. Joost Steins Bisschop is op het recht van het vergeten al eens ingegaan in het Financieel Dagblad.

Het kunstmatige geheugen gaat het heden bepalen. Opslaan van verkeersgegevens heeft weinig zin, omdat criminelen dergelijke media niet zodanig gebruiken dat ze traceerbaar zijn. Ze maken gebruik van ontraceerbare email-adressen, van Freenet, van anonieme P2P-netwerken, van cryptografie e.d. De privacy van de goed-willende en goed-doende burger wordt door het kunstmatige geheugen, door de voortdurende ‘zichtbaarheid’, ernstig bedreigd. Hij wordt van alle kanten bekeken. Er is meer bekend dat hij wil of hem goed lijkt. Kafka wordt werkelijkheid. Bentham wordt werkelijkheid, op een totaal andere manier dan hij bedacht.

Archieven zijn er niet om de burger de gevangene te maken van overheid of industrie, en omgekeerd. Archieven zijn er ook om overheid en industrie zichtbaar te maken voor de burger. Zij immers betalen voor het bestaan van overheid en industrie. Het minste wat deze partijen dan ook kunnen doen is om helder te maken wat ze doen, zonder daarbij de betalende burger tot gevangene te maken van de vooruitgang van de techniek.

Augustus 2005

Share This:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *