Electronisch kinddossier in aantocht

12 september 2005

Met ingang van 1 januari 2007 zal voor ieder in Nederland geboren kind
een elektronisch kinddossier worden gemaakt. Voor de snelle invoering
van een dergelijk dossier trekt staatssecretaris Ross (Volksgezondheid)
25 miljoen euro extra uit. Jeugdartsen en verpleegkundigen van de
jeugdgezondheidszorg houden in het dossier informatie bij over het
kind, de gezinssituatie en de omgeving. Later kunnen het
schoolmaatschappelijk werk en de politie informatie aan het dossier
toevoegen. Dit is een vervolg op de afspraken gemaakt in het programma Informatisering Jeugdgezondheidszorg, die op 17 november 2004 werden ondertekend.



Door dit electroniswche kinddossier krijgen zorgverleners en
beleidsmakers een beter inzicht in de lichamelijke en
sociaal-emotionele ontwikkeling en behoeften van jongeren tot negentien
jaar en hun ouders. Hierdoor kunnen zorgverleners die met jeugdigen te
maken hebben (zoals consultatiebureaus, verpleegkundigen, school)
makkelijker kinderen en ouders met dreigende problemen volgen en hen
tijdig hulp bieden. In haar toespraak die Ross hield toen de afspraken
in 2004 (waarbij overigens slechts 3,5 miljoen euro werd toegekend)
ging ze nog in op het privacyvraagstuk: ‘Ik ben van mening dat de
rechten van het kind moeten prevaleren boven het recht op privacy van
de ouders. Het kind moet centraal staan, want dat is uiteindelijk ook
goed voor het gezin. Volg je professionele verstand en praat daar met
anderen over.’Onder regie van het Nationaal ICT Instituut in de Zorg
(NICTIZ) werkt VWS samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten,
de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg en GGD Nederland aan de verdere
invoering van het dossier. Een aantal ‘koplopers’ in de JGZ (Amsterdam,
Rotterdam, Vlaardingen en Den Haag) is al begonnen met de invoering van
het elektronisch dossier. De resultaten zijn tot dusver goed.
‘Heel belangrijk is dat je kinderen door verhuizing niet meer
kwijtraakt’, zegt de staatssecretaris vandaag. ‘Omdat het dossier
gekoppeld wordt aan een burgerservicenummer, kan de
jeugdgezondheidszorg het dossier van het verhuisde kind inzien en op de
ingeslagen weg verder gaan. Verder is het natuurlijk ook mooi dat
meerdere partners signalen aan het dossier toevoegen zonder dat ze het
dossier kunnen inzien.’ Volgens Ross kan ontsporing van kinderen worden
voorkomen door samenhang in de voorzieningen te brengen. Bijkomend
voordeel is dat ouders werk en zorg beter kunnen combineren. Als zij
weten dat hun kinderen veilig onder dak zijn, kunnen ze met een gerust
hart gaan werken, zegt de bewindsvrouw. Met minister Verdonk
(Vreemdelingenbeleid en Integratie) wil Ross proberen allochtone
jongeren op te vangen in sportverenigingen. De bewindslieden zien sport
als een goede mogelijkheid om regels te leren en de betrokkenheid bij
de samenleving te vergroten. Daarvoor heeft het kabinet 50 miljoen euro
gereserveerd. Volgens de Amsterdamse hoogleraar Jo Hermanns is dat
laatste trouwens een risico. Uit onderzoek in Zweden blijkt dat de
beoefening van vechtsporten op termijn juist leidt tot antisociaal
gedrag. De door de het kabinet aangestelde commissaris jeugd- en
jongerenbeleid, Steven van Eijck, stelt dat de instellingen voor
jeugdzorg af moeten van de schotten- en eilandjescultuur. Voor een
betere jeugdzorg is niet per se een minister voor jeugdzaken
noodzakelijk, zei de vroegere staatssecretaris van Financin.

Share This:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *